In de registers van de familie Lewe vond men nog een verwijzing naar een akte inhoudende een verklaring van de Munsterse officiaal van Friesland betreffende zijn weigering van de door Jesele Tamminga en haar kinderen in 1415 en 1415 aangeboden tienden. Deze akte was getekend op 14 februari 1416. Tevens in 1416 maakte Abel Tamminga, zoon van voornoemde Jesele, samen met zijn broeder Hidde en zijn moeder, met raad en consent, samen met enige familieleden die niet verder genoemd worden, een scheiding van boedel van hun vader. Abel verkreeg Tammingahuis te Hornhuizen met "het innerhof, het voorheem, redgerecht, dijkgerecht, kerckwegen, kerkstoelen en alle rechten die tot het huis en de heerd behoorden". Merkwaardig is dat Abel zowel in 1408 als in 1431 een wapen met als embleem een stralende zon, voert in afwijking van het latere Tamminga-van Ewsum wapen. Dit wapen is gelijk aan het wapen dat volgens het wapenboek van omstreeks 1708 aan het geslacht van Selwerd wordt toegeschreven. Ook Johan van Ewsum beweerde in 1555, dat de van Ewsums van oudsher het wapen van Selwerd in hun kwartieren voerden.
Al in 1408 komt Abel voor als hoofdeling in de Marne en van Hornhuizen. Dat hij tevens het redgerecht en het dijkgerecht voerde was een bewijs dat de familie in belangrijkheid omhoog schoot. Op 1 mei 1417 werd een overeenkomst getekend tussen Sculte ter Borch, proost te Lidenze, Alike, Abeke, Menolt en Able Onsta, gebroeders, Abele Tamminga, Hidde Ewusma, Hidde Onsta, Focko to Dike en Haye Sickinghe, klauwgenoten van Eenre rechtschap, dat het rechtschap dat jaar de gebroeders Onsta en Reneke Bercherde toevalt op Ludolfsheerd Achinga.
Als gevolg van het verdrag tussen Jan van Beieeren en Ocko to Broke en de terugkeer van vele ballingen, moesten er tussen verscheidende hoofdelingen verdragen gesloten worden aangaande elkaars bezit. Meteen in 1422 sloot Abel Tamminga een overeenkomst met de familie Clant over gemeenschappelijk beheer van de perselen en ommegangen te Wittewierum. Deze ommegangen waren gedeeltelijk bezit van Abel van Hornhuizen en Tyarck van Wittewierum. Abel stierf in 1438. Hij vocht tezamen met zijn broeder Hiddo Tamminga van Ewsum tegen Focko Ukena. In dezelfde slag als dat Hiddo gevangen genomen werd, stierf Abel na een frontale aanval van het "Dietsche legertje". Zijn lichaam werd van het slagveld afgedragen door zijn volgelingen om daarna in de nieuwe grafkelder te Hornhuizen te worden begraven. Na zijn dood voerde zijn vrouw Bawe Onsta voor verscheidende jaren het beheer en vruchtgebruik van de landerijen voordat Abel's zoon Onno aan het hoofd van de familie kwam.